Door de redactie van TuinKeuzeHulp. Laatst bijgewerkt: 29 juli 2026.

Een tuinhuis kost in 2026 grofweg tussen €500 en €10.000, afhankelijk van het materiaal, de grootte en de afwerking. Voor een eenvoudige berging reken je op ongeveer €150 tot €300 per m². Metaal is de goedkoopste keuze (vanaf zo’n €294 voor een prefab berging), hout is het populairst met een middenklasse rond €850 tot €3.500, en kunststof zit daar met ongeveer €1.400 tot €5.250 tussenin. Plaatsing, fundering en transport komen daar bovenop en vormen al snel 15 tot 30 procent van de totaalprijs.

Prijspeil juli 2026. Richtprijzen uit de markt; vraag altijd een actuele offerte voor jouw situatie.

Waar bestaat de prijs uit?

Kostenopbouw tuinhuis: prijs per vierkante meter per materiaal, met plaatsing en fundering als losse posten

De prijs van een tuinhuis is niet één bedrag, maar een optelsom. De grootste post is het tuinhuis zelf: het materiaal, de grootte, de wanddikte en de afwerking. Daarnaast betaal je voor de fundering, het transport en eventueel de plaatsing als je het laat doen. Extra’s zoals isolatie, elektra, ramen, dubbel glas en een goede dakbedekking tellen ook mee.

Omdat die factoren zo verschillen, werken richtprijzen bijna altijd met bandbreedtes. Een klein houten tuinhuis voor opslag is iets heel anders dan een groter, geïsoleerd tuinhuis dat je als werk- of hobbyruimte gebruikt. Bepaal daarom eerst het doel: pure opslag, een fijne zitplek, of een volwaardige ruimte om in te werken. Dat doel bepaalt de maat, het materiaal en de afwerking, en dus de prijs.

De prijs per materiaal

Het materiaal is de grootste kostenbepaler, en meteen de belangrijkste keuze qua uitstraling en onderhoud.

Hout is de meest gekozen optie vanwege de natuurlijke uitstraling die in vrijwel elke tuin past. De prijzen lopen sterk uiteen: een houten tuinhuis kost gemiddeld tussen €500 en €10.000. De veelgekozen middenklasse, een naaldhouten tuinhuis met basisplaatsing, ligt rond €850 tot €3.500. Hout biedt goede natuurlijke isolatie, maar vraagt wel periodiek onderhoud tegen weersinvloeden en houtrot. Hardhout heeft minder onderhoud nodig, maar een hoger prijskaartje.

Houten tuinhuisje Leyland 260x200 cm bij Intergard
Houten tuinhuisje 260×200 cm, vanaf €1.069,81 (prijspeil juli 2026, check de actuele prijs bij Intergard)

Kunststof is onderhoudsvriendelijk: het hoeft niet geschilderd of gebeitst te worden en kan niet roesten of rotten. Af en toe schoonmaken volstaat. De gemiddelde prijs ligt rond €1.400 tot €5.250. Let op: na verloop van tijd kan kunststof wel verkleuren door de zon.

Metaal is de goedkoopste manier om extra opbergruimte te maken, onderhoudsarm en bestand tegen veel weersomstandigheden. Metalen tuinhuisjes liggen gemiddeld rond €294 tot €3.500. Functioneel is het uitstekend, al mist het de warme uitstraling van hout.

Een tuinhuis met overkapping combineert opslag met een overdekte zitplek en is populair, maar duurder: gemiddeld €3.000 tot €10.000 inclusief plaatsen, en luxe varianten meer.

De prijs per vierkante meter

Naast het materiaal schaalt de prijs mee met de oppervlakte. Voor een eenvoudige berging reken je grofweg op €150 tot €300 per m². Een klein houten tuinhuisje van 4 tot 6 m² start rond €600 tot €1.500, terwijl een ruim model van 15 tot 20 m² vaak tussen €3.000 en €6.000 ligt.

Elke extra vierkante meter verhoogt zowel de materiaal- als de arbeidskosten, en maatwerk is altijd duurder dan een catalogusmodel. Wil je het tuinhuis als geïsoleerde werk- of hobbyruimte gebruiken, dan lopen de kosten flink op: voor een geïsoleerd tuinkantoor kun je richting €30.000 of meer gaan. Bepaal dus realistisch hoeveel ruimte je echt nodig hebt, want oppervlakte is een van de duurste knoppen om aan te draaien.

Liever eerst alle opties op een rij?

Vergelijk tuinhuizen

Wat kost plaatsing en fundering?

De kale prijs van het tuinhuis is niet het eindbedrag. Plaatsing, fundering en transport komen erbovenop en vormen samen al snel 15 tot 30 procent van de totaalprijs. Bij lastig bereikbare tuinen, waar het grondwerk met de hand moet gebeuren, kan dat nog eens zo’n 15 procent hoger uitvallen.

De fundering hangt af van het gewicht. Voor een lichte berging volstaat vaak een grindbed of tegels op opsluitbanden, terwijl een zwaar of gemetseld tuinhuis om een stevigere, soms gestorte betonvloer vraagt. Een veelgemaakte fout is een te lichte fundering onder een te zwaar tuinhuis, want dan gaat het scheef staan zodra de eerste vorst erdoorheen kruipt. Vraag je leverancier wat wordt aanbevolen voor jouw model, of laat de fundering door een vakman doen. Meer over de funderingsopties lees je in ons blog over de fundering voor je tuinhuis.

Zelf plaatsen of laten doen?

Je kunt op de arbeidskosten besparen door zelf te plaatsen, maar niet elk tuinhuis leent zich daar even goed voor. Een prefab metalen of kunststof berging is prima zelf te doen: met twee personen en basisgereedschap sta je in een ochtend tot een dag klaar, en je bespaart €200 tot €500 aan montagekosten. Een houten prefab tuinhuis is zelf te bouwen maar uitdagender, en een blokhut met zware, stapelende wanddelen vraagt ervaring en een kaarsrechte fundering.

Laat je het plaatsen, dan spreekt een vakman meestal een vaste prijs af voor de montage. Je betaalt dan meer, maar je hebt zekerheid over de stabiliteit, de fundering en vaak garantie op het werk. Twijfel je aan je klusvaardigheid of gaat het om een zwaar model, dan is laten plaatsen de verstandigere keuze.

Vergunning en besparen

Voor een tuinhuis in het achtererfgebied is vaak geen vergunning nodig. Als vuistregel onder de Omgevingswet mag je vergunningvrij bouwen als het tuinhuis in het achtererfgebied staat, niet hoger is dan ongeveer 3 meter binnen 4 meter van de woning, en de totale bijgebouwen niet meer dan 150 m² beslaan. Boven bepaalde afmetingen of aan de voorzijde kan een vergunning nodig zijn. Omdat lokale uitzonderingen bestaan, check je altijd je omgevingsplan of de gemeente; dit is geen juridisch advies.

Besparen doe je vooral door meerdere offertes te vergelijken, want dat levert vaak een flinke korting op, en door voorbereidend werk zelf te doen. Een tuinhuis van hout, metaal of kunststof kiezen op je werkelijke behoefte (opslag versus verblijf) voorkomt dat je voor meer betaalt dan je gebruikt.

Liever eerst alle opties op een rij?

Vergelijk tuinhuizen

De afwerking die de prijs bepaalt

Twee tuinhuizen van dezelfde maat kunnen honderden tot duizenden euro’s uiteenlopen, en dat verschil zit in de afwerking. Een paar keuzes tillen de prijs merkbaar op, maar bepalen ook het comfort.

Het dak is de eerste. De meeste tuinhuizen hebben een zadeldak met twee schuine vlakken, of een lessenaarsdak met één hellend vlak. De dakbedekking varieert van eenvoudige dakleer tot dakshingles, EPDM of zelfs een groendak, dat de levensduur van de onderliggende laag verlengt maar meer kost. Een goede, waterdichte dakafwerking is geen plek om op te bezuinigen, want een lekkend dak maakt de hele investering waardeloos. Vergelijk de opties in ons blog over tuinhuisdaken: EPDM vs. shingles vs. dakleer.

Isolatie is de tweede grote post, en alleen nodig als je het tuinhuis meer dan als opslag gebruikt. Wil je er zitten, werken of slapen, dan isoleer je de wanden, de vloer en het dak. Dat verhoogt de kosten flink, maar zonder isolatie is een tuinhuis in de winter onbruikbaar als verblijfsruimte.

Elektra en ramen vormen de derde. Een stroomaansluiting voor licht, een stopcontact of verwarming vraagt om aanleg door een vakman, en dubbel glas in de ramen houdt de warmte binnen. Ook deze keuzes tellen op, maar maken het verschil tussen een berging en een echte ruimte.

Onderhoudskosten per materiaal

De aanschafprijs is niet het hele verhaal; het onderhoud bepaalt wat een tuinhuis je over de jaren kost. Hier verschillen de materialen sterk.

Een houten tuinhuis vraagt periodiek schilder- of beitswerk tegen weersinvloeden en houtrot, wat neerkomt op terugkerende kosten en tijd. Doe je dat trouw, dan gaat een houten tuinhuis met goed onderhoud zo’n 20 tot 35 jaar mee. Verwaarloos je het, dan gaat de levensduur snel achteruit. Hardhout vraagt minder onderhoud dan naaldhout, maar kost meer bij aanschaf.

Kunststof en metaal zijn juist onderhoudsarm: af en toe schoonmaken volstaat, ze roesten of rotten niet (kunststof kan wel verkleuren). Over een periode van twintig jaar kan een onderhoudsarm materiaal daardoor voordeliger uitpakken dan hout, ondanks een soms hogere of vergelijkbare aanschafprijs. Neem die onderhoudskosten mee in je afweging: wie de laagste startprijs zoekt kijkt anders dan wie de minste omkijk-kosten wil.

Veelgestelde vragen

Wat kost een tuinhuis gemiddeld?

Grofweg €500 tot €10.000, afhankelijk van materiaal, maat en afwerking. Een eenvoudige berging kost ongeveer €150 tot €300 per m², plus plaatsing en fundering. Prijspeil juli 2026.

Wat is het goedkoopste materiaal?

Metaal is de voordeligste keuze, vanaf ongeveer €294 voor een prefab berging, en bovendien onderhoudsarm. Hout is duurder maar warmer, kunststof zit ertussenin.

Wat kost plaatsing en fundering?

Samen al snel 15 tot 30 procent van de totaalprijs. Bij lastig bereikbare tuinen kan het meer worden. Een prefab berging kun je vaak zelf plaatsen en zo €200 tot €500 besparen.

Heb ik een vergunning nodig?

Voor een tuinhuis in het achtererfgebied vaak niet, mits je binnen de maten van de Omgevingswet blijft. Bij grotere afmetingen of plaatsing aan de voorzijde soms wel. Check je omgevingsplan.

Liever eerst alle opties op een rij?

Vergelijk tuinhuizen

Verder kiezen?

Deze pagina bevat affiliate-links; kopen via onze links kost jou niets extra en steunt onze onafhankelijke vergelijkingen. Prijzen zijn indicatief en geen juridisch advies; check vergunningen bij je gemeente.