Door de redactie van TuinKeuzeHulp. Laatst bijgewerkt: 21 augustus 2026.

Groen en bruin: de basis

Voordat we ingaan op wat wel en niet mag, is het belangrijk om het belangrijkste principe van composteren te begrijpen: de balans tussen groen en bruin materiaal. Dit onderscheid bepaalt namelijk of je goede, geurende compost krijgt of een natte, stinkende massa. Als je dit snapt, kun je bijna zelf bepalen wat wel en niet werkt.

Groen materiaal is stikstofrijk en vochtig: denk aan vers gemaaid gras, groente- en fruitresten, onkruid (zonder zaad of wortels), en koffiedik. Dit materiaal levert de voedingsstoffen en het vocht voor de micro-organismen die het composteren doen. Bruin materiaal is koolstofrijk en droog: denk aan dorre bladeren, versnipperd snoeihout, takjes, karton, houtsnippers en stro. Dit materiaal zorgt voor structuur en lucht in de hoop. Voor goede compost meng je beide in een redelijke verhouding. Het probleem ontstaat bij te veel van één soort: te veel groen (bijvoorbeeld alleen een dikke laag nat gras) klit samen tot een natte, stinkende, dichtgeslagen massa die niet kan ademen, terwijl te veel bruin het proces vertraagt omdat er te weinig voeding en vocht is. De vuistregel: voeg materiaal in laagjes toe, wissel groen en bruin af, en gooi niet in één keer je halve grasbak erop, maar meng dat met bruin materiaal. Met deze balans in het achterhoofd kun je bij bijna elk stuk afval zelf inschatten of het bijdraagt. In dit artikel lopen we langs wat wel en niet mag. Voor een geschikte compostbak, bekijk bijvoorbeeld deze compostsilo van 400 liter bij Intergard.

Wat mag wel op de composthoop?

Het goede nieuws is dat verreweg het meeste plantaardige tuin- en keukenafval prima op de composthoop mag, en juist een mooie, gevarieerde compost oplevert. Hoe meer verschillende materialen je gebruikt, hoe rijker de compost wordt. Hier de lijst van wat je zonder zorgen kunt composteren.

Uit de keuken mag: rauwe groente- en fruitresten en schillen (het perfecte groene materiaal), koffiedik inclusief het papieren filterzakje, theebladeren en theezakjes (mits niet van plastic gemaakt), en gekneusde eierschalen (kneus ze eerst, dan verteren ze beter). Ook kleine hoeveelheden brood, cake of koekjes kunnen, maar overdrijf daar niet mee (ze trekken ongedierte). Uit de tuin mag: gemaaid gras (in dunne lagen, gemengd met bruin), bladeren (behalve dikke lagen eikenblad, dat traag verteert), versnipperd snoeihout en takjes, haagscheersel, uitgebloeide planten en resten uit de groente- en siertuin, mos, en onkruid zonder zaad of wortels. Ook wat overig materiaal kan: houtsnippers en zaagsel van onbehandeld hout (in kleine hoeveelheden), karton en ongebleekt papier (als bruin materiaal), haren, en mest en stro van niet-vleesetende huisdieren zoals konijnen en cavia’s. Zelfs de zeefrest van een vorige composthoop is welkom: die zit vol micro-organismen en werkt als starter. Kortom: vrijwel al het onbehandelde, plantaardige materiaal uit je keuken en tuin mag op de hoop, mits je let op de balans tussen groen en bruin en op de hoeveelheden.

Wat mag niet op de composthoop?

Tegenover de lange lijst van wat wel mag, staat een aantal zaken die je beter niet op de composthoop gooit, omdat ze ongedierte aantrekken, slecht verteren, ziekten verspreiden of het proces verstoren. Deze lijst is belangrijk om te kennen, want fouten hier kunnen je compost bederven of problemen veroorzaken.

Uit de keuken horen niet op de hoop: vlees, vis en botten (trekken ratten, muizen en ander ongedierte aan en verteren slecht), zuivel zoals kaas (idem), en gekookt, gebakken of vet eten (trekt ongedierte en composteert moeilijk). Ook grote hoeveelheden citrusschillen worden vaak afgeraden: ze verteren wel, maar de schil kan resten van schimmelwerende middelen bevatten, dus voeg ze hooguit met mate en in kleine stukjes toe. Uit de tuin horen niet op de eigen composthoop: zieke planten (schimmelziekten zoals phytophthora kun je zo naar andere planten overbrengen; doe die in de gft-bak, waar industriële compostering met hoge temperaturen ze wel afbreekt), wortelonkruid en zaaddragend onkruid (zoals kweekgras of paardenbloem in het zaad; die overleven je composthoop en zaai je zo uit over je tuin), en snoeisel van coniferen (verteert slecht en verzuurt). Overig dat niet mag: uitwerpselen van vleesetende huisdieren zoals honden en katten (kunnen ziektekiemen bevatten), snijbloemen en schillen van niet-biologische groenten (vaak chemisch behandeld, schadelijk voor het bodemleven), en uiteraard geen glas, plastic (ook niet “biologisch afbreekbaar” plastic dat niet composteerbaar is), metaal of ander niet-organisch afval. Bij twijfel geldt: is het dierlijk, gekookt, vet, ziek, of chemisch behandeld, laat het dan weg.

De twijfelgevallen

Naast de duidelijke “wel” en “niet” is er een grijs gebied van materialen die met mate of onder voorwaarden kunnen, en waar veel mensen over twijfelen. Het helpt om die apart te bespreken, zodat je weet hoe je ermee omgaat. Hier de bekendste twijfelgevallen op een rij.

Citrusschillen: mogen met mate en in kleine stukjes; ze verteren snel en verzuren de compost niet echt (de zuren breken af), maar door de mogelijke schimmelwerende behandeling en het verslempen (nat samenklitten) kun je ze beter beperkt toevoegen en goed mengen met bruin materiaal. Grasmaaisel: mag zeker, maar alleen in dunne lagen gemengd met bruin materiaal, want een dikke laag nat gras klit samen en gaat rotten. Aardappelschillen: kunnen met mate, maar alleen van onbespoten aardappelen, en bedenk dat er soms nieuwe plantjes uit opkomen. Ui, knoflook: kunnen in kleine hoeveelheden, al zijn ze wat antibacterieel. Eierschalen: mogen, maar kneus ze eerst zodat ze beter verteren (ze verteren sowieso traag). Karton en papier: mag als bruin materiaal, mits onbedrukt of ongebleekt en zonder plastic laagje; scheur het klein. As van onbehandeld hout: kleine hoeveelheden kunnen. Vijverafval (algen, waterplanten): mag en composteert snel. De rode draad bij twijfelgevallen: kleine hoeveelheden, goed verdeeld en gemengd, en let op behandeling met chemicaliën. Met een beetje logisch nadenken (is het plantaardig, onbehandeld, en niet vet of dierlijk?) kom je meestal een heel eind.

Zo maak je er goede compost van

Weten wat er wel en niet op mag is de eerste stap, maar om echt mooie, kruimelige compost te krijgen, is ook de manier waarop je composteert belangrijk. Met een paar principes zorg je dat het proces goed verloopt en je afval omgezet wordt in waardevolle compost. Hier de belangrijkste tips.

Zorg allereerst, zoals besproken, voor de balans tussen groen en bruin materiaal, en voeg alles in laagjes toe die je afwisselt in plaats van grote hoeveelheden van één soort in één keer. Zorg ten tweede voor voldoende zuurstof: composteren is een proces dat lucht nodig heeft, dus keer of meng de hoop regelmatig met een riek (of draai een composttrommel), zodat er lucht bij komt en het niet gaat rotten. Zorg ten derde voor het juiste vocht: de compost moet vochtig aanvoelen als een uitgeknepen spons, niet kletsnat en niet kurkdroog; dek af bij veel regen, bevochtig bij droogte. Kies een goede plek: in de halfschaduw (niet de volle zon, want dan droogt hij uit) en op de blote grond, zodat wormen en micro-organismen erbij kunnen. Geef het geheel tijd: afhankelijk van de omstandigheden duurt het enkele maanden tot een jaar voordat je bruikbare compost hebt. Als de compost donker, kruimelig en aards ruikt, is hij klaar; zeef er de grove delen uit (die gaan in de volgende hoop). Met de juiste balans, zuurstof, vocht, plek en tijd maak je van je tuin- en keukenafval waardevolle, gratis bodemverbeteraar voor je hele tuin. Let op: compost is een bodemverbeteraar, geen volwaardige meststof.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt

Composteren is niet moeilijk, maar er zijn een paar veelgemaakte fouten die ervoor zorgen dat de compost gaat stinken, niet verteert of ongedierte aantrekt. Als je die kent, voorkom je de meeste problemen en houd je een gezonde, geurloze composthoop. Hier de bekendste valkuilen en de oplossing.

De meest gemaakte fout is te veel nat groen materiaal (vooral een dikke laag vers gras) in één keer, wat een natte, stinkende, dichtgeslagen massa geeft. De oplossing: meng gras altijd met bruin materiaal (bladeren, karton, snoeisel) en voeg het in dunne lagen toe. De tweede fout is te weinig zuurstof: als je de hoop nooit keert, gaat hij compacteren en rotten in plaats van composteren (rottingsgeur). De oplossing: keer de hoop regelmatig met een riek. De derde fout is een verkeerde vochtbalans: te nat (stinkt, rot) of te droog (verteert niet). De oplossing: streef naar de vochtigheid van een uitgeknepen spons, dek af bij veel regen en bevochtig bij droogte. De vierde fout is het toevoegen van verkeerde materialen (vlees, vis, zuivel, gekookt eten), wat ongedierte aantrekt; houd je aan de “wel/niet”-lijst. De vijfde fout is ongeduld: composteren kost tijd (maanden tot een jaar), dus verwacht niet meteen resultaat. En de zesde is de hoop in de volle zon zetten, waardoor hij uitdroogt; kies de halfschaduw. Door deze veelgemaakte fouten te vermijden (goede balans, zuurstof, vocht, de juiste materialen, geduld en een goede plek), houd je een gezonde, geurloze composthoop die netjes zijn werk doet en je mooie compost oplevert.

Veelgestelde vragen

Wat mag er wel op de composthoop?

Vrijwel al het onbehandelde plantaardige afval: rauwe groente- en fruitresten, gemaaid gras (in dunne lagen), bladeren, versnipperd snoeihout, haagscheersel, koffiedik met filter, theezakjes (zonder plastic), gekneusde eierschalen, onkruid zonder zaad of wortels, en mest van niet-vleesetende huisdieren. Wissel groen en bruin materiaal af.

Wat mag er niet op de composthoop?

Vlees, vis, botten, zuivel en gekookt of vet eten (trekken ongedierte aan, verteren slecht), zieke planten (verspreiden ziekten), wortelonkruid en zaaddragend onkruid (overleven de hoop), uitwerpselen van honden en katten, chemisch behandeld materiaal, en glas, plastic of metaal. Deze horen in de gft-bak of het restafval.

Mogen citrusschillen op de composthoop?

Met mate en in kleine stukjes. Ze verteren wel snel en verzuren de compost niet echt, maar de schil kan resten van schimmelwerende middelen bevatten en heeft de neiging nat samen te klitten. Voeg ze daarom beperkt toe en meng ze goed met bruin materiaal. Bij grote hoeveelheden kun je ze beter weglaten.

Waarom mag zieke planten of wortelonkruid niet op de eigen composthoop?

Zieke planten kunnen ziekten (zoals schimmels) overbrengen op andere planten via de compost, en wortelonkruid en zaaddragend onkruid overleven het composteerproces en zaai je zo weer uit over je tuin. Een thuiscomposthoop wordt namelijk niet heet genoeg om die af te doden; doe ze in de gft-bak, waar industriële compostering dat wel doet.

De keuze in het kort

Op de composthoop mag vrijwel al het onbehandelde plantaardige tuin- en keukenafval: groente- en fruitresten, gemaaid gras (in dunne lagen), bladeren, snoeisel, koffiedik met filter, theezakjes zonder plastic, gekneusde eierschalen en onkruid zonder zaad of wortels. Niet op de hoop horen vlees, vis, zuivel, gekookt en vet eten, botten, zieke planten, wortel- en zaadonkruid, uitwerpselen van honden en katten, en chemisch behandeld of niet-organisch materiaal. De sleutel is de balans tussen groen (stikstofrijk, vochtig) en bruin (koolstofrijk, droog) materiaal, plus voldoende zuurstof en vocht, een goede plek en genoeg tijd. Zo maak je van je afval waardevolle, gratis compost.

Verder kiezen?

Deze pagina bevat een affiliate-link naar Intergard; kopen via onze links kost jou niets extra en steunt onze onafhankelijke vergelijkingen.